Artikels
Dirk van der Bauwhede
Waregem, 5 november 2005In zijn opmerkelijk boek “Tot Bestaan Bestemd - Over de weg die het Niets met het Zijn verbindt”, laat de astrofysicus en filosoof Gerard Bodifée zijn lezers ontdekken dat elk menselijk individu - dus zowel u als ik - een creatief wezen is; een “scheppend” wezen is en aldus “iets” voortbrengt uit het “niets”. Dit proces dat wij vertrouwelijk “creativiteit” noemen, is zodoende een uitbreiding van ons bestaan; van ons “Zijn”. En “te bestaan” is het diepste verlangen van elke mens.
Precies daarom heeft / is kunst altijd een uitdrukking (een betekenis) die verder reikt dan wat onmiddellijk bereikbaar is (voorhanden is).
Iemand die het vermogen heeft om kunstwerken te scheppen beoogt dus datgene voort te brengen wat naar een werkelijkheid buiten de eigen bestaande wereld verwijst.
Dáárin ligt het streven om - zeg maar - de “kleine wereld binnen bereik” te overstijgen.“Boven op de berg” te komen uit een wereld die we allemaal menen zo goed te kennen, met al zijn vreugde en verdriet, met hoogtepunten en dieptepunten, licht en somberheid, schoonheid en lelijkheid, wijsheid en dwaasheid, met liefde en haat. Om thuis te komen in het land van het leven zelf…
Dit is de “rode draad” - soms dun uitgesponnen, verscholen én behoedzaam - doorheen de schilderkunst van Viviane Devriese, waarvan elk doek soms slechts één woord, niet altijd een bladzijde en af en toe een hoofdstuk van haar levensboek inhoudt.
Haar met penseel en schildersmes geschreven verhaal is dit van een innerlijke belevingswereld waarin ze zichzelf toelaat en zelfs aanzet een ervaring te beleven die in “deze” wereld als zodanig niet bestaat; los van ruimte en tijd en daarom woordeloos; niet te vertolken in gesproken, noch in geschreven taal.
Dit tóch kunnen uitdrukken is scheppen uit het “niets”; dat is het eigene van de kunstenaar.
In haar schilderen is ze een scheppende mens die zich aan zichzelf - aan haar innerlijk “Zijn” overgeeft (noem dit de “gedachte”) en in dialoog treedt met de materie, met vorm en met kleur (noem dit het “werk”).
Haar creaties zijn als dusdanig ont-sluitingen, een in-kijk in het klokhuis van haar bestaan waarin emoties huizen en tollende gedachten die ze wil vasthouden om er de zin aan te ont-lokken.
Daardoor zijn ze ook fascinerend !
Want ze maken zichtbaar vanuit het onzichtbare om door het zichtbare - datgene wat zij hier ten- toon - hangt - de toeschouwer naar het onzichtbare “in zichzelf” terug te voeren.
Veelal met tederheid, met mijmering of met verdroming, maar steeds onder aandacht brengend wat haar dierbaar is.
Dikwijls door middel van drie of meer menselijke figuraties die als het ware uit een schemerwereld in het schilderij te voorschijn komen. Ze formuleren de weergave van háár “Zelf”, als vrouw, als moeder, als kunstenaar, als medemens, omringd door hen die ze liefheeft en van zij die van haar houden.
Soms ook totaal figuurloos, waarin het “willen alleen zijn” tot uiting gebracht wordt. Schilderen is alleen-zijn ! Elke weergave van de “bespiegeling van zichzelf” is dan een momentopname van overpeinzing in de eenzaamheid van haar atelier.
Het zijn precies deze werken die de vezels van haar gehele oeuvre vormen, ze zijn geput uit de gouden schat die - en dit betreft elke medemens ! - onder haar eigen drempel begraven ligt : geput uit de rijkdom van elk bewust geleefd moment. In het “hier en nu” …
Daarin ont-wikkelt zich, ont-vouwt zich haar lyrische stijl.
Dat ligt haar en komt toenemend op een bijzondere wijze tot uiting in tal van haar werken : “Doortocht”; “Eén”; “Exodus”, het dantesk aandoende “Loutering, om er maar enkele te noemen…
Ook haar abstracte schilderijen, die als dusdanig geen verband houden met de zichtbare werkelijkheid, zijn de uitbeelding van dit “vertoeven in de binnenkamer”.
Eénmaal dit herkent ervaart de kijker de uit-drukkings-kracht die op de door contouren omgeven composities in meestal gelijkmatige kleurvelden wordt aangereikt. Grote vlakken en kleinere vormen die aan elk geheel een fundamentele kracht meegeven.
Kleuren zijn een wonder iets !
En schilderen is werken met kleuren !
Daarmee speelt de kunstenaar Viviane Devriese haar eigenste eigen concerto met afwisselende akkoorden en melodieën. Nu eens leven opwekkend, ontsproten op haar palet uit de grondtonen magentarood, cyaanblauw en citroengeel (wat een mooie namen ! …); dan weer rust uitstralend met een gamma van aardetinten (zoals terracotta, rosgeel, oker en amber en zwartgroen); soms met het geheime voor de schilder uitdagende “wit” dat af en toe de overhand krijgt. En zelfs van tijd tot tijd overheersend óf slechts “zwart”.
Vooral dit laatste is voor velen uitermate verwarrend. Confronteer jezelf maar met het hier ten toon hangend kleine tableau “Lichtend Zwart”.
Als je dit met - wat ik noem - het oog van je hart bekijkt, wordt het des te meer verbazingwekkend hoe een kunstige hand jou het niet te vinden (niet ergens te zoeken) “lichtend zwart “ toch betekenisdragend van op het doek laat aanschouwen.
Lichtend-Zwart schilderen is “verdwijnen en aanwezig-zijn”; is het zwart dat het licht opslorpt vervangen door het lichtende zwart.
Je kunt er wél een citaat uit “Ecrits et propos sur l’Art” van de franse schilder Henri Matisse bij indachtig zijn :
In dit werk ben ik begonnen het zwart te gebruiken als een “kleur van het licht” en niet als een kleur der duisternis …
Vooral de acrylverf waarmee Viviane Devriese arbeidt, biedt haar de mogelijkheid om eenvoudig een maximale zeggingskracht uit te stralen; maar ook geladenheid én verwondering. Door haar geliefd en kunstig aanwenden van en vermengen met zand - de grondsoort van de plaats waar de zee het land kust - ontstaat een bijzonder fraaie textuur op het schilderdoek, waardoor de verf uit een onderhuidse spanning opgehoogd wordt en de reliëfstructuur een bewust ervaren accentueert.
Vaak is er ook de durf om te experimenteren met collagetechnieken, waarin zijdepapier maar ook karton en kranten bij wijlen een diepte aan het werk bezorgen en het verrassend expressief ondersteunen.
Eigenaardig toch, hoe op het doek vreemde elementen vermengd met verf één worden en daaruit haar schilderijen ontstaan als “ontmoetingen” tussen materie en het effect van de gezamenlijke kleuren, als dragers van een momentele zo volmaakt mogelijke reflectie (beschouwing) van haar innerlijke belevingswereld.
Afgewerkt zijn ze de woordenloze ontmoetingen tussen schilder en toeschouwer.
En dan … dan gaat het schilderij - zoals alle scheppingen - een eigen leven leiden in interactie met de kijker én met de gelukkige bezitter …