Artikels

Jooris Van Hulle

februari 2005

‘Zoveel dat wonderbaarlijk is, maar niets meer dan de mens een wonder is.’ Wat Sophocles ooit schreef in de vijfde eeuw voor Christus, blijft nu, vijfentwintig eeuwen later, nog altijd van kracht. Het wonder van de mens blijft ook kunstenaars inspireren, in de mate dan dat artiesten binnen zoveel verschillende genres een antwoord trachten te formuleren op wat het wezen van de mens kan zijn. Kunst die vragen oproept, maar geen definitieve antwoorden formuleert. Kunst die verwart, maar geenszins verwarrend is.

In de taal van haar schilderkunst formuleert Viviane Devriese haar antwoord op wat haar als mens en als kunstenares bezighoudt. Haar werken zijn in die zin een momentopname, ze formuleren wat ze nu in deze tijd en onder deze omstandigheden denkt en voelt.

Rode draad doorheen haar oeuvre tot hiertoe is de behoedzaamheid waarmee ze omgaat met haar onderwerpen én met de aangewende technieken.

Inhoudelijk gezien zijn de werken uitermate confronterend. Wie als toeschouwer de tijd neemt om wat zij toont en uitbeeldt tot zich te laten doordringen, zal snel ervaren dat achter de direct waarneembare realiteit die wordt getoond een andere realiteit tot leven wordt gewekt die in de eerste plaats emotioneel te duiden is.

Vanuit formeel oogpunt ervaar ik de weg die Viviane Devriese tot hiertoe heeft afgelegd als een behoedzame en doordachte verkenning van de materie. Zij werkt in hoofdzaak met acrylverf, die nu eens breed uitgesmeerd wordt met het mes, dan weer op een ingehouden manier wordt aangebracht. Vaak ook wordt de verf vermengd met ‘vreemde elementen’, zand bijv., en gaat zelfs de textuur van het doek als betekenisdragend element meespelen.

Het blijft boeiend Viviane Devriese te volgen op haar zoektocht naar een eigen vormentaal om datgene uit te drukken wat haar innerlijk beroert.

Terug naar alle artikels